Direct naar de inhoud
MAIN
marketingregieLeestijd ongeveer 6 minuten

Wat een showroom nodig heeft naast events

Events vullen de agenda, maar bouwen zelden een positie. Een showroom of merkenhuis wordt pas een plek in de markt als duidelijk is wie er moet komen en wat er tussen de openingen gebeurt.

Rosalie Schonagen

Geschreven door Rosalie SchonagenGrondlegger en strateeg positionering en merk · bijgewerkt 14 september 2026

Lege directiekamer met lange tafel en daglicht
01Het inzicht

Een showroom die het goed doet, voelt druk. Openingen, presentaties, borrels, een volle agenda. En toch blijft de vraag hangen wat het oplevert, want zodra een event voorbij is, valt het stil. Een showroom of merkenhuis bouwt pas een positie op als duidelijk is waarvoor de plek bestaat op gewone dinsdagen. Niet de piekmomenten bepalen de waarde, maar de relevantie voor bezoekers en merken op de dagen dat er niets georganiseerd wordt.

Waarom dit speelt in interieur en vastgoed

In interieur en vastgoed is de fysieke ontmoeting nog steeds belangrijk. Materialen moet je voelen, verlichting moet je zien branden en meubilair moet je testen. Daarom investeren interieur- en vastgoedbedrijven fors in fysieke showrooms, inspiratiecentra en merkenhuizen. Het zijn kostbare vierkante meters. De reflex is dan vaak om die meters continu te vullen met reuring.

Events zijn zichtbaar en tastbaar. Ze geven direct het gevoel dat er iets gebeurt. Er zijn foto's voor sociale media, de zaal staat vol en er wordt nagepraat. Maar events zijn momenten. Ze trekken bezoek en geven merken een podium, maar ze bouwen op zichzelf geen voorkeur op. Voorkeur ontstaat als iemand weet waarvoor hij bij jullie terecht kan, ook als er niets te vieren valt.

Zolang de plek alleen bestaat rond activiteiten, moet de aandacht elke keer opnieuw gekocht worden. De vraag is dus niet hoe je meer bezoek trekt, maar waarvoor de plek bestaat als er geen event is.

Daar komt bij dat er in een merkenhuis twee belangen door elkaar lopen. Aan de ene kant staan de participerende merken. Zij willen bereik, zichtbaarheid en contact met mensen die specificeren. Aan de andere kant staat de bezoeker: de architect, interieurarchitect, ontwikkelaar of adviseur. Die bezoeker komt niet naar een showroom om reclame te bekijken.

Die wil iets halen: vakkennis, een concreet materiaal, een onafhankelijk oordeel, een rustige plek om te werken of een representatieve omgeving om een eigen opdrachtgever mee naartoe te nemen.

Als het programma vooral het belang van de merken volgt, zakt de waarde voor de voorschrijver weg. Er ontstaat een programma vol zendingsdrang. Er komt bezoek dat een drankje drinkt, maar niets komt halen voor de eigen projectpraktijk. Dat merk je pas maanden later, wanneer de leads uitblijven en merken gaan twijfelen over hun bijdrage.

Het omgekeerde geldt ook: wie alleen de bezoeker bedient en de merken niets teruggeeft, houdt het financieel en inhoudelijk niet vol. De balans tussen deze twee werelden vraagt om een duidelijke regie.

Hoe je het aanpakt

Een sterke showroom begint met een bewuste keuze voor een rol. In de praktijk zien we drie rollen die werken:

  • Een werkplek voor specificeerders, waar materiaal gekozen, getest en vergeleken wordt.
  • Een podium voor merken, waar introducties, productontwikkeling en presentaties landen.
  • Een ontmoetingsplek voor de sector, waar het inhoudelijke gesprek en het netwerk zelf de aantrekkingskracht zijn.

Alle drie werken. Alle drie tegelijk werkt niet, omdat ze verschillende dingen vragen van de ruimte, de inrichting, het programma en de mensen die er staan. Een werkplek vraagt om rust, goede stalen en inhoudelijke ondersteuning. Een ontmoetingsplek vraagt om reuring en een open karakter. De keuze voor een rol bepaalt wie je uitnodigt, hoe je de vloer indeelt, en dus ook wie je niet uitnodigt.

Wanneer de rol helder is, verschuift de aandacht naar wat er tussen de events moet gebeuren. Hier zit meestal de grootste winst en de minste aandacht. Het gaat daarbij niet om méér communicatie, maar om een vast ritme. Laat zien wat er doordeweeks in het huis gebeurt. Welke materialen worden gecombineerd op de werktafels. Welke technische vragen over akoestiek of circulariteit langskomen. Welke oplossingen de merken bieden voor actuele vraagstukken in projecten.

Dat vraagt om een strakke communicatielijn tussen de pieken door. Een nieuwsbrief die daadwerkelijk iets inhoudelijks vertelt aan architecten. Een website die actueel is en laat zien welke kennis er aanwezig is. Een handvol berichten die niet over een borrel of feestje gaan, maar over de praktijk van het vak. Zo wordt een event geen losse piek in een vlakke lijn, maar een logisch moment in een verhaal dat al liep. Het event versterkt wat er doordeweeks al is.

Wat het oplevert

Wanneer een showroom functioneert als vaste waarde en niet als incidenteel podium, verandert het soort bezoek. De afhankelijkheid van de evenementenkalender verdwijnt. Bezoekers plannen hun komst op basis van hun eigen projecten en deadlines, niet op basis van jullie uitnodiging voor een presentatie.

Je bouwt een herkenbare positie op in het netwerk van voorschrijvers. Architecten en ontwerpers weten precies waarom ze langsrijden: om een vraagstuk op te lossen, stalen te verzamelen of rustig een voorstel uit te werken. De drempel om binnen te stappen verdwijnt, omdat de plek functioneel is geworden voor hun dagelijkse werk.

Voor de merken die aangesloten zijn, levert dit een heel ander gesprek op. In plaats van een lijst met namen van mensen die een presentatie hebben bijgewoond, lever je contacten op die gekoppeld zijn aan lopende projecten. Dat maakt de waarde van de showroom aantoonbaar en duurzaam. Merken blijven betrokken omdat de showroom onderdeel is van hun verkoop- en specificatietraject, niet alleen van hun marketingbudget voor evenementen.

Waar het misgaat

De meest voorkomende valkuil is sturen op de verkeerde meetpunten. Bezoekersaantallen tijdens events zeggen heel weinig als je niet weet wie er binnenstond en met welk doel. Een volle zaal voelt succesvol, maar als de helft van de aanwezigen niet voorschrijft of koopt, levert het onder de streep niets op voor de deelnemende merken.

Het gaat ook mis wanneer de showroommanager vooral gastheer of gastvrouw is voor events, en er niemand verantwoordelijk is voor de inhoudelijke lijn daartussen. Zonder regie op de tussenliggende dagen verwordt de showroom tot een statische toonzaal waar het stof neerdaalt tot de volgende uitnodiging verstuurd wordt.

Daarnaast zien we dat showrooms vaak te veel belangen tegelijk proberen te dienen. Men wil de particuliere consument ontvangen, maar ook de projectinrichter. Men wil een exclusieve bibliotheek zijn voor toparchitecten, maar tegelijk grote groepen studenten rondleiden. Door geen duidelijke rol te kiezen, herkent niemand zich echt in de plek. Voorschrijvers blijven weg omdat het te onrustig of te commercieel aanvoelt, en merken zien het rendement op hun investering verdampen.

Welke vragen je hierover stelt

Om te bepalen of jullie showroom een duidelijke positie heeft of vooral een evenementenlocatie is, kun je de volgende vragen stellen:

  • Waarom zou een interieurarchitect of projectinrichter op een willekeurige dinsdagochtend zonder afspraak bij jullie binnenlopen?
  • Welke concrete rol kiest de showroom primair: is het een werkplek voor projecten, een podium voor productlanceringen of een ontmoetingsplek voor het netwerk?
  • Welk verhaal vertellen jullie kanalen op de momenten dat er geen bijeenkomst of presentatie gepland staat?
  • Komen dezelfde architectenbureaus regelmatig terug zonder dat er een event aan gekoppeld is, en welke vragen stellen zij dan aan de aanwezige experts?
Rosalie Schonagen

Over de auteur

Rosalie Schonagen · Grondlegger en strateeg positionering en merk

Positionering en merkstrategie

02Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over wat een showroom nodig heeft naast events

Moeten we minder events doen?
Niet per se. De vraag is of ze in een ritme staan. Een event dat losstaat kost elke keer opnieuw aandacht; een event in een lopend verhaal versterkt wat er al is.
Hoe houden we merken tevreden?
Door vooraf te bepalen wat de plek belooft en welke bijdrage daarbij hoort. Dan hoeft niet elke activiteit opnieuw onderhandeld te worden.
Wat meten we als bezoekersaantallen weinig zeggen?
Terugkeer zonder aanleiding, het soort vragen dat langskomt en de verlenging door merken. Die signalen zeggen meer over de positie van de plek.